Onafhankelijke website over maatschappelijk welzijn
Samen armoede bestrijden en bespreekbaar maken

            

Beleidsplan 2016-2020

Stichting Meer met Minder


 

Voorwoord

Voor u ligt het eerste beleidsplan van de Stichting Meer met Minder. Dit beleidsplan bestrijkt de periode 2016-2020, de opbouwperiode van de Stichting Meer met Minder. Dit beleidsplan stelt kaders, geeft richting en doelen voor de gewenste (statutaire) rol van de stichting, voor het realiseren van de doelstellingen, het werven van inkomsten daarvoor en geeft richtlijnen voor de uitvoering en de ontwikkeling van de organisatie, inclusief het uitkeringsbeleid. Zeker in een opbouwfase zijn externe factoren van groot belang bij de ontwikkeling van de stichting. In dit beleidsplan is getracht daarmee rekening te houden zonder de duidelijkheid uit het oog te verliezen.

Het bestuur van de Stichting Meer met Minder zal jaarlijks dit beleidsplan evalueren en in de loop van 2019 op basis van deze ervaringen een beleidsplan voor een volgende periode op doen stellen.

Breda, januari 2016

 

1. Achtergrond: Armoede in Nederland

Armoede is in Nederland nooit helemaal weg geweest. Enkele decennia lang was het een verschijnsel in de marge, dat met een toenemend aantal regelingen en voorzieningen van de overheid in toom gehouden werd. Met de heersende economische en financiële crises is de armoede echter weer snel toegenomen.

Na jaren van stabiliteit, ook gedurende de economische crisis, steeg bij huishoudens met een laag inkomen het aandeel dat aangeeft moeilijk rond te komen van 40 procent in 2012 naar ruim 50 procent in 2013. Daarna daalde het aandeel en kwam in 2015 met 41 procent weer op het oude stabiele niveau te liggen.

Bij de huishoudens met een inkomen boven de lage-inkomensgrens schommelde het percentage dat moeilijk kan rondkomen in de afgelopen jaren rond de tien procent.

In 2015 gaf 15 procent van de Nederlandse huishoudens aan moeilijk of zeer moeilijk rond te komen. Dit zijn bijna 1,1 miljoen huishoudens. Van de (geraamde) 718 duizend huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens kwamen vier op de tien moeilijk rond. Dit uitte zich in het uitstellen of achterwege laten van reguliere uitgaven zoals verwarming of het kopen van kleding. Dat meldt CBS.

Een drietal groepen vraagt daarbij extra aandacht:

  1. Kinderen: De Kinderombudsman heeft een diepgaand onderzoek      gedaan naar de gevolgen van armoede voor kinderen: zaken als een slechtere      gezondheid en maatschappelijke uitsluiting, kleine criminaliteit en      voortijdige schoolverlating zijn schering en inslag.
  2. Chronisch zieken en gehandicapten: Vergoedingen voor      voorzieningen, thuiszorg etc. gaan grootschalig op de schop. Voor veel      mensen zijn familieleden, buren of andere mantelzorgers een visioen. Een      levenswaardig bestaan raakt steeds verder uit beeld.
  3. Ouderen: Ondanks de overdaad aan pensioenfondsen      zijn er heel veel mensen die van alleen de AOW (en een marginale      aanvulling) rond moeten komen. Ook in de media is voor deze doelgroep van armen nauwelijks aandacht. Een groep die in aantallen misschien wel het      snelst toeneemt.

Stichting Meer met Minder gaat zich op haar manier richten op het bestrijden van armoede in Breda en omstreken.


2.    Doelstelling Stichting Meer met Minder

Stichting Meer met Minder zet zich in voor mensen die in een sociaal- maatschappelijk kwetsbare positie verkeren, met speciale aandacht voor mensen die in armoede leven.

Stichting Meer met Minder tracht de armoede in Breda te bestrijden en bespreekbaar te maken alsmede de inwoners van Breda die het op financieel en materieel opzicht moeilijk hebben een stem en een podium te geven in de meest ruime zin van het woord.


3.    Vermogen van Stichting Meer met Minder: inkomstenwerving

Stichting Meer met Minder richt zich op het verwerven van inkomsten uit diverse bronnen.

Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:

a. subsidies en donaties;

b. schenkingen, erfstellingen en legaten;

c. crowdfunding

c. eventuele winst op het magazine Meer met Minder


4.    Afdrachtsbeleid van Stichting Meer met Minder

Stichting Meer met Minder tracht haar doel te bereiken door:

Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting. 


5.    Vermogensbeleid van Stichting Meer met Minder

Stichting Meer met Minder beschikt ten tijde van het schrijven van dit beleidsplan nog niet over enig vermogen. Inkomsten worden gebruikt voor verdere uitbreiding van de aktiviteiten en de opbouw van een donateursbestand teneinde op termijn een serieuze partner voor lokale initiatieven te kunnen zijn. Eenmalige baten uit erfenissen, legaten en grote schenkingen zullen gebruikt worden voor het doel van de stichting, de lopende kosten van de stichting en het verder werven van structurele inkomsten. Voor een volgende beleidsperiode zal bekeken moeten worden wat het vermogensbeleid wordt.

De filosofie van Stichting Meer met Minder is dat het vermogen beperkt moet blijven.

Het vermogen van Stichting Meer met Minder zal in ieder geval bestaan uit gereserveerde gelden voor activiteiten en voor één jaar doorbetaling van de onafwendbare kosten nodig voor de doelstelling van de stichting. De penningmeester beheert deze, met toestemming van het bestuur.


6.    Beloningsbeleid van Stichting Meer met Minder

Stichting Meer met Minder heeft geen betaalde beroepskrachten in dienst maar wel een groot aantal enthousiaste vrijwilligers. Wij werken niet met een vrijwilligersvergoeding. Ook de bestuursleden krijgen geen geldelijke beloning. Indien er betaalde beroepskrachten worden aangenomen zal de salariëring van deze beroepskrachten verlopen volgens de geldende Cao's of het wettelijke minimumloon.

Bestuursleden en vrijwilligers kunnen wel een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs
hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie/werkzaamheden.